Negatieve denkpatronen

Negatief denken bij kinderen

Veel kinderen voelen zich vaak fijn en gelukkig zonder er bij stil te staan. Voor sommige kinderen is dit minder vanzelfsprekend, zij hebben het nodig dat alles precies goed verloopt.  Als er ook maar iets misgaat, is dat gelijk het einde van de wereld.

Veel ouders zullen misschien wel bekend zijn met de ‘wat-als’ gesprekken die hun kinderen voeren. “Ik wil niet zwemmen, wat als ik het lelijkste badpak heb van iedereen, dan gaan ze me vast uitlachen.” Als volwassene zijn we geneigd onze kinderen te overtuigen van het tegendeel. “Nee joh, je hebt een super leuk badpak en je vindt zwemmen toch leuk? Het wordt vast hartstikke gezellig”. Als ouder raak je gemakkelijk verstrikt in het net van deze gesprekken, altijd uitgaande van het slechtst mogelijke scenario. En probeer het maar eens te doorbreken, meestal hebben de kinderen zelf namelijk al de antwoorden, maar zijn ze geen van allen positief. ”Ja dag, jij kent ze niet, het wordt een ramp, laat maar, ik ga gewoon niet”.

Het einde van de wereld en de  ‘wat als’  vragen ontstaan vaak o.a. vanuit een negatief denkpatroon. De door een negatieve bril geziene gedachte dat er van alles kan gaan gebeuren kan angst veroorzaken en een hoop onzekerheid met zich meebrengen. Zowel in het leven van kinderen als van de ouders van deze kinderen.  Kinderen die last hebben van negatieve gedachten leven vaak in een negatieve wereld. Zelfs in de positieve dingen die ze meemaken zullen ze proberen om een aantal negatieve aspecten te vinden. We zien dat kinderen hun negativiteit uiten en zich vervolgens weer ineens kunnen richten op de dagelijkse bezigheden. Als ouder blijven de negatieve woorden van je kind vaak  hangen en lukt het niet altijd om deze  weer los te laten. De negatieve gedachten van één gezinslid kunnen op deze manier invloed hebben op het hele gezin.

Hoe weet u of uw kind last heeft van negatieve gedachten:

  • Uw kind uit vaak angsten en zorgen
  • Uw kind stelt vaak ‘wat-als’ vragen. ‘Wat als het fout gaat?’
  • Uw kind gaat uit van het slechtste scenario. ‘Het gaat toch fout, dat gebeurt altijd’.
  • Uw kind kan zich ongemakkelijk bij andere kinderen voelen
  • Uw kind voelt zich onhandig
  • Uw kind voelt zich teleurgesteld als dingen niet gaan zoals hij/zij wilt.
  • Uw kind kan opgeven en stoppen in een moeilijke situatie.
  • Uw kind is bang om iets nieuws te proberen, omdat ze denken dat ze zullen falen.

Kinderen die geplaagd worden door negatieve gedachten gebruiken geregeld termen als: ‘altijd, nooit, alles, niets, niemand, iedereen’. Oftewel het is alles of niets. Een tussengebied, te herkennen aan termen als ‘misschien, soms, af en toe, sommige’ ontbreekt.

Negatieve gedachten die kinderen kunnen hebben:

  • Waarom kan ik niet gelukkig zijn als anderen.
  • Ik doe altijd alles fout.
  • Alle andere kinderen zijn slim, waarom ik niet.
  • Ik kan het niet!
  • Ik zal dit nooit krijgen.
  • Niemand houdt van me.
  • Dit is te moeilijk voor mij.

Hoe ontstaan deze negatieve gedachten:

Iedereen heeft last van negatieve gedachten. Het is misschien wel een handig alarm wat ervoor zorgt dat we onszelf beschermen. Want wat zou er gebeuren als we ons nooit ergens zorgen over maken?  We gaan er echter allemaal anders mee om waardoor het ons in meer of mindere mate kan beinvloeden. Aan kinderen en jongeren leggen we het vaak als volgt uit: ‘Je kunt je negatieve gedachten zien als een pop-up bericht wat wel eens op de computer verschijnt. Soms hebben we niet eens meer in de gaten dat dit steeds verschijnt. We hebben dit namelijk al zo vaak gezien dat we geleerd hebben ze te negeren en er niet op te klikken. Zo zijn gedachten ook te omschrijven. Zoals bij de computer ploppen ook over ons ‘gezond verstand’ steeds berichten op: namelijk de negatieve gedachten. Het zijn de automatische en onbetrouwbare berichten van ons brein. We kunnen op dezelfde manier leren met deze negatieve gedachten om te gaan als met de spam/pop-up berichten die verschijnen op ons computerscherm. Het kan opdringerig zijn en zelfs verleidelijk, maar jij kiest uiteindelijk wat je met die negatieve gedachten doet.’

Hoe om te gaan met uw kind en zijn/haar negatieve gedachten:

Er zijn veel verschillende methoden om toe te passen en uw kind te helpen om te gaan met de negatieve gedachten. Wat zeker is, is dat hier iets tegen te doen is. Uw rol als ouder(s) is hierin groter dan u denkt. Wat niet wil zeggen dat dit gemakkelijk is. Kinderen met negatieve gedachten zijn een ster in zichzelf overtuigen dat de negatieve gedachten waar zijn. Zij zoeken naar bevestiging van deze negatieve gedachten en zullen deze vinden. Aan u de taak daar op een handige manier mee om te gaan.

Hieronder een aantal tips:
  • Onderzoek als gezin elkaars kwaliteiten. Kinderen zijn vaak geneigd om het meer algemeen te houden als ‘slim’. Aan u de taak om het meer te specificeren, zoals ‘ maar waarin vind je jezelf slim’. En ‘waar vind jij je broertje slim in’, en schrijf dit op.
  • Onderzoek de negatieve gedachten van uw kind zodat u zich bewust bent dat het om gedachten gaat die uw kind het vervelende gevoel geven.
  • Toon empathie. Ga mee met de stroom; accepteer en spiegel wat uw kind voelt. (zie ons blog negatieve gevoelens). Door een gevoel te sterk te bagatelliseren zal uw kind u (en zichzelf) juist willen overtuigen van het tegendeel. Ga even mee met het gevoel van uw kind, neem het serieus. Een voorbeeld: ‘ik weet dat dit je heel verdrietig maakt’. Vervolgens kunt u vanaf deze richting met uw kind meelopen en proberen het probleem te normaliseren. Bijvoorbeeld: ‘vervelend om je zo te voelen, ik vraag me af of er andere opties zijn’.
  • Herlabel: laat uw kind zijn gedachten een naam geven. Bijvoorbeeld ‘meneer negatief’  en ‘mevrouw positief’. Het voordeel hiervan is dat er een derde partij komt die de spanning tussen ouder en kind wegneemt. I.p.v. je bent zo negatief kunt u zeggen ‘ Meneer negatief is je weer aan het pesten’.
  • Specificeer het probleem. Zoek uit wat echt fout ging; help uw kind het probleem terug te brengen naar het specifieke onderwerp wat aangepakt moet worden  (niet de hele vakantie was stom, maar het moment dat ik niet naar het zwembad mocht).
  • Optimaliseer. Help uw kind verschillende perspectieven op de situatie te ontwikkelen. Doe dit door vragen te stellen over de situatie en zoek de fout in het denken als bewijs dat het niet nodig is om zo te denken en het ook anders kan. Laat het bij het kind zelf om dit te ontdekken (door uw manier van vragen stellen). Bijvoorbeeld: ‘ Is dat de versie van meneer negatief? Hoe zou iemand anders het verhaal vertellen? Wat als we mevrouw positief mee laten denken?’.
  • Stimuleer uw kind om met oplossingen voor het probleem te komen. Stel meerdere oplossingen op (door uw kind verzonnen) en laat hem de beste uitproberen.
Jonger helpt

Er is niets vervelender voor ouders dan de zorgen over hun kind. Soms is het moeilijk in te schatten wanneer het teveel is. Vertrouw op uw instinct, vaak is dit een prima criterium dat ons vertelt of iets niet goed is en aandacht nodig heeft. Bij Jonger kunnen we kinderen en jongeren helpen die vastlopen in hun negatieve gedachten. Neem contact met ons op als u hier meer over wilt weten.

Bronnen:

  • Chansky, Tamar (2012)’Het lukt toch niet…’ Amsterdam, Hogrefe Uitgevers.

Fotocredit:

  • onbekend
cognitie Denkpatronen emoties kinderen opvoeding
Meest recente berichten
Categorieën

Nieuwsbrief

Nieuwsbrief