Bewegen en leren

Fit, Vaardig en Verstandig!

Bij Jonger vinden we bewegen belangrijk. Naast dat bewegen veel plezier oplevert, kunnen we juist van bewegen zoveel meer leren. Mede om deze twee redenen hebben we de JongerBootcamp ontwikkeld.

Niet alleen vanuit onze eigen ervaringen weten we dat bewegen helpt. Ook onderzoek (o.a. het Groninger onderzoek: Fit, vaardig en verstandig) wijst uit dat er een relatie bestaat tussen bewegen en cognitie bij kinderen in de leeftijd van 8-18 jaar.

Wij hebben de belangrijkste bevindingen uit dit onderzoek voor u op een rij gezet:

Bewegen en de relatie met cognitie:

Bewegingsvaardigheden zijn een voorwaarde

Het aanleren van bewegingsvaardigheden vormt een essentieel element in de ontwikkeling van kinderen. Bijvoorbeeld, rennen, springen, gooien en vangen worden al op jonge leeftijd aangeleerd. Als een kind ouder wordt leert hij of zij meer complexe bewegingsvaardigheden aan, vooral in een georganiseerde sportsituatie bijvoorbeeld tijdens de voetbaltraining. Kinderen met betere bewegingsvaardigheden blijken vaker lid te zijn van een sportvereniging en ze zijn in het algemeen lichamelijk actiever dan kinderen die dat niet hebben. Het trainen en verbeteren van  bewegingsvaardigheden kan ertoe leiden dat deze kinderen meer aan sport gaan doen.

Kinderen in het speciaal basisonderwijs profiteren extra van goede bewegingsvaardigheden. Kinderen in het speciaal basisonderwijs met de beste bewegingsvaardigheden blijken meer aan lichamelijke activiteit en sport te doen dan hun klasgenoten. Het blijkt dat kinderen die over betere bal- en balansvaardigheden beschikken vaker aan georganiseerde sport doen en lichamelijk actiever zijn dan andere kinderen in de klas (Hartman e.a., 2011; Houwen e.a., 2007; 2009; Westendorp e.a., 2011). Het verbeteren van de bewegingsvaardigheden kan er toe leiden dat deze kinderen meer aan sport gaan doen, wat leidt tot allerlei positieve gezondheidseffecten en sociale effecten. Het kan een stimulans zijn richting een gezonde en actieve leefstijl.

Betere schoolvaardigheden

Kinderen in het reguliere basisonderwijs die beter scoren op testen van balvaardigheid hebben een betere CITO rekenscore dan hun klasgenoten. Beide vaardigheden doen onder andere een beroep op ruimtelijk inzicht en visuele motorisch integratie (de samenhang tussen goede visuele waarneming van je omgeving en de daarbij behorende motorische reactie) waardoor het gevonden verband verklaard kan worden (Bruining, 2008). Bij kinderen met leerproblemen in het speciaal basisonderwijs is ook een relatie tussen bewegingsvaardigheden en de schoolvaardigheden aangetoond. Hoe hoger de scores op handvaardigheid, balvaardigheid en balans, hoe hoger de scores op lezen, spelling en rekenen (Vuijk e.a., 2011).

Ook blijkt uit het Groningen onderzoek dat jongeren op een hoger schoolniveau meer gebruik maken van effectief leren dan jongeren op een lager schoolniveau. Sporttalenten maken echter ongeacht hun schoolniveau meer gebruik van aspecten van effectief leren dan hun reguliere klasgenoten (Jonker e.a., 2010). Dit geldt niet dus alleen voor sporttalenten op de HAVO of het VWO maar ook voor de sportief getalenteerde VMBO-ers.

Hogere controlefuncties van de hersenen

Kinderen met betere bewegingsvaardigheden blijken beter gebruik te maken van de hogere controle functies van de hersenen. Bijvoorbeeld reflecteren, plannen, monitoren, schakelen tussen meerdere taken, probleemoplossend vermogen en evalueren. Het gaat onder andere om het kunnen uitvoeren van meerdere taken tegelijkertijd, het nemen van beslissingen, en het kunnen stellen van prioriteiten aan bepaalde taken. Dit is belangrijk tijdens complexe sportsituaties, maar ook voor schoolvaardigheden zoals rekenen en taal. En hoe meer uren kinderen aan sport doen, hoe beter ze in staat zijn om zelfstandig, doelbewust en effectief te leren. Dit betekent dat kinderen in hun sportsituatie beter in staat zijn dan anderen om zelf te plannen, tijdens de uitvoering de voortgang bij te houden en achteraf op het proces te reflecteren en hiervan te leren..

 

Het verbeteren van bewegings- en cognitieve vaardigheden:

Complex bewegen is nóg belangrijker dan bewegen op zich

De relatie tussen bewegen en cognitie blijkt echter het sterkst te zijn waar het gaat om relatief complexe bewegingen. Aangenomen wordt dat de planning en uitvoering van complexe bewegingen in hoge mate een beroep doet op hogere controlefuncties van de hersenen. De complexiteit van de beweging kan door verschillende factoren toenemen. Allereerst als de uit te voeren beweging op zichzelf ingewikkelder wordt qua samenspel van bijvoorbeeld kracht, lenigheid en timing. Zo is een driedubbele salto ingewikkelder dan een enkele. Verder wordt het bewegen complexer als dit onder tijdsdruk, dus sneller, of onder druk van tegenstanders in een kleine ruimte moet plaatsvinden. Tot slot neemt de complexiteit toe als de omgeving voortdurend verandert en de keuze voor de uitvoering van een bepaalde beweging mede afhangt van tegenstanders en teamgenoten.

Doelgericht bewegen is de sleutel tot succes

Met een doelgericht bewegingsprogramma is het mogelijk om zowel de bewegingsvaardigheden als de cognitieve vaardigheden van kinderen te verbeteren. Zowel het stellen van doelen als het verwerken van feedback uit de omgeving blijken belangrijk te zijn voor het ontwikkelen van aspecten van effectief leren. De sportcontext lijkt daarom uitermate geschikt voor deze ontwikkeling omdat een sporter constant feedback ontvangt over het resultaat (bijv. een bal gaat over het doel, waarom?) en over de uitvoering van de actie door trainers, coaches en medespelers.

Een uitdagende leeromgeving is essentieel

Een leeromgeving waarin kinderen worden uitgedaagd om doelgericht te bewegen en zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leerproces levert het meeste resultaat op. Effectief leren zal zich dan uiten in actief leergedrag. Kinderen moeten plezier hebben in het bewegen en zichzelf graag willen verbeteren. Dit kan door aan te sluiten bij hun belevingswereld en een omgeving te creëren waarin kinderen succes kunnen ervaren.

 

Sta stevig in je schoenen met de JongerBootcamp

Denkt u dat bewegen ook voor uw kind een goede manier kan zijn om uw kind vaardiger te maken? Speciaal voor deze doelgroep hebben wij de JongerBootcamp ontwikkeld. Heeft u hier vragen over, neemt u gerust contact met ons op.

Bronnen:

  • Chris Visscher, Esther Hartman, Marije T. Elferink-Gemser (2011). “Fit, vaardig en verstandig!”. Centrum voor Bewegingswetenschappen, Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) Rijksuniversiteit Groningen (RuG)

Fotocredit:

cognitie jongeren kinderen ouders school
Meest recente berichten
Categorieën

Nieuwsbrief

Nieuwsbrief